“Ik ben erg betrokken bij de natuur”

“Ik ben erg betrokken bij de natuur”
 

Charlotte van der Werff-Wijnakker is trots op ‘haar’ stad Hattem. Als stadgids en trotse inwoner draagt ze graag haar steentje bij om de omgeving mooi schoon te houden. Als ze gaat wandelen, neemt ze een vuilniszak en knijper mee. “Ieder blikje dat ik meeneem, is er weer eentje waarin geen egeltje vast kan komen te zitten.”

Waar komt jouw drang om zwerfafval op te ruimen vandaan?

“Ik erger me groen en geel als ik zie wat er langs wandel- en fietspaden ligt. Van lege chipszakken tot gebruikte condooms en van een eenzame handschoen tot plastic flesjes. Het is algemeen bekend dat Hattemers trots zijn op hun stadje. Of nou ja, stad. Ik ben stadsgids en vind het belangrijk dat er niet overal troep ligt. Als ik zelf toerist ben in een andere stad, vind ik het ook prettig dat de omgeving schoon is.”

Op 1 juli 2021 ging het statiegeld op kleine plastic flesjes in. Liggen er al minder flesjes in de bermen?

“Het is nu nog te vroeg om daar een conclusie over te trekken. Ik denk wel dat het statiegeld gaat helpen. Misschien nog niet eens zozeer dat er minder flesjes in de natuur belanden, maar wel dat mensen het opruimen. Die flesjes leveren nu immers geld op. Voor bijvoorbeeld daklozen kan dat reden zijn om ze op te rapen. Het effect is dan tweeledig: een schone omgeving en daklozen krijgen er wat voor terug.”

Wat is jouw persoonlijke motivatie?

“Ik ben erg betrokken bij de leefomgeving en de natuur. Ik vind het dan ook vreselijk om te zien dat eenden de koordjes van rondslingerende mondkapjes om hun bek hebben, waardoor ze niet meer kunnen eten. Toen ik laatst van Hattem naar Zwolle fietste, heb ik geteld hoeveel mondkapjes ik vond. Op een stuk van 7 kilometer waren het er 30. Ik snap dat iemand er soms per ongeluk eentje verliest, maar zó veel? Daar zitten ook kapjes tussen van mensen die ze doelbewust van zich af hebben gegooid. Blikjes, dat is ook zoiets. Daar kunnen egeltjes met hun snuit in vast komen te zitten. Ieder blikje dat ik meeneem, is er weer eentje waarin geen egeltje vast kan komen te zitten.”

Hoe reageren mensen op uw inzet voor de natuur?

“Als ik vuil aan het opruimen ben, krijg ik opgestoken duimen van voorbijgangers. ‘Goed bezig mevrouw’, roepen ze dan. En dat zijn echt niet alleen volwassenen hoor. Ook tieners vinden het een goede zaak. Dat doet me goed. Of ik mensen erop aanspreek wanneer ik ze iets in de berm zie gooien? Niet altijd, want je weet niet wie je voor je hebt. Ik probeer het vaak met humor op te lossen. Dan zeg ik: ‘ik raap het wel op hoor, ik neem het voor je mee’.”

Op welke momenten gaat u op pad om vuil te rapen?

“Het handige van dit vrijwilligerswerk is dat ik zelf kan bepalen wanneer ik het doe. Ik heb een kleinzoon en een kleindochter waar ik graag naartoe ga. Allebei wonen ze buiten Hattem, dus dat vraagt tijd. Het zwerfafval opruimen doe ik wanneer ik thuis ben en er zin in heb. Wil ik een eindje wandelen, dan neem ik de knijper en de vuilniszak mee en ruim ik op wat ik onderweg tegenkom. Tijdens een wandeling van anderhalf uur heb ik meestal driekwart vuilniszak vol.”

Dan draagt u dus anderhalf uur en zak met u mee, hoe werkt dat?

“Ik heb laatst een handige manier bedacht om én de zak makkelijk te kunnen tillen én te zorgen dat de zak altijd openstaat. Een broeksriem die ik toch niet meer draag, rol ik in de bovenrand van de zak. De riem doe ik op het strakste gaatje, zodat er een kleine opening ontstaat. De zak knoop ik vervolgens met een sjaal om mijn taille. Zo staat de zak mooi open en verdeel ik het gewicht over mijn taille en mijn arm.”

 

Tekst: Mirjam van Huet, MCM tekst

ä